17 De bende van Meer Vindert
Schrijven is schrappen. Het beginnen van een website is voornamelijk een kwestie van het maken van keuzes. En daartoe is de mens niet op aarde. Waar plant of dier voor een dilemma gesteld worden, zal de keuze snel gemaakt worden. Vaak maakt het trouwens geen ene biet uit welke weg gekozen wordt, als er maar in het vervolg van het handelen consequent vervolg gegeven wordt aan de genomen beslissing. Knopen blijken voor de mens maar al te vaak gordiaans. Het is niet voor niets dat Frits van Turenhout wereldwijd als messias gezien wordt: stel een mens voor een keuze en zij poldert zich steevast richting de Martin Brilstand, en dat is sedert vandaag, 22 april 2009: de dood in de pot. Als de knopen geteld en na veel wijvelen, wikken en wegen, doorgehakt zijn, dan volgt het dubben en dralen over hoe nu verder te gaan. Intelligent ontwerp? Mogelijk, maar dan wel één met een niet geringe weeffout. Stoute Scheppert!
Het is natuurlijk mogelijk dat je met een website begint zonder de algemene richtlijnen van Jaap de Berg in het Trouw Schrijfboek te kennen. Aanbevelenswaardig is dat niet. Maar dat is een open deur: de positie waar in je gaat geraken na een sprong in een put, alvorens of nadat deze gedempt is, kan ook zonder veel kennis van zaken en zonder de Tarot te raadplegen als weinig benijdenswaardig omschreven worden. Enige basale kennis omtrent aard en wezen van een put volstaat. Iedereen die ooit een spelletje ganzenbord heeft gespeeld bezit die. Een aardige vraag zou kunnen zijn: heeft het zin om van de basisprincipes van het schrijven en opmaken van tekst op de hoogte te zijn voordat je met je eigen website begint?
Tja.
Een gek weet over het algemeen veel meer vragen te stellen dan een Leren Appelen redacteur kan beantwoorden. Hoe heet de president van China? Hoe heet de president van China. Waarbij we overigens nog niet in het minst enig idee hebben hoe lang die nu eigenlijk is; laat staan de Chinees. Niet dat het er in dit verband (als telefonist van het OLVG schiep ik er genoegen in om als iemand beweerde dat zij verkeerd verbonden was, te zeggen dat ze dan juist aan het goede adres was) iets toe doet, maar ik bedoel maar. Is het listig om van je eigen gezond te weten? Lijkt me niet. De een zegt dit, de ander zegt dat. Dat wordt een zinneloos dubben. Laten we, als mens zijnde, gewoon maar wat doen. Want anders wordt het toch maar tobben tegen de bierkaai. Stel dat we enig idee hebben van wat we eigenlijk willen zeggen en voor wie; je moet er niet aan denken dat het waar is; dan nog gaat het ons voorstellingsvermogen te boven om daar invulling aan te geven. Dus doen we maar wat. Wel een geluk dat Apple het ons wat dat betreft uiterst makkelijk maakt.
Toch denk je bij een jongen eerder aan stoer en hoekig, bij een meisje eerder aan lief en rond. Dat zijn vooroordelen, maar daarom bestaan ze wel.
Mensen zitten vol vooroordelen…Moet het een enge kat zijn, dan wordt het vaak een zwarte. Dikke rooien zien er gezellig uit, dunne Siamezen lijken geheimzinnig. Het is net als bij vrouwen. Voor een dommerd kiest een kunstenaar meestal een blondje, geheimzinnige vrouwen zijn zwart en een vrouw met rood haar is iets bijzonders. Natuurlijk zijn lang niet alle blondjes dom. Maar in boeken, op de film en in de kunst meestal wel. In de reclame altijd. Mannen zijn daar dol op. Nou ja, de meeste. (Midas Dekkers)
Hoewel de overgrote meerderheid van de mensen het liefst doen of ze geen last hebben van vooroordelen, bestaat er ook een deelverzameling die zich juist profileert op die vooroordelen: kunstenaars en zeer in het bijzonder: de grafische ontwerper of opmaker. Waarom zou een bedrijf als Apple nu juist een hoogst verwerpelijk soort mensen, die boordevol met de vooroordelen zitten, en in wezen niets anders doen dan die te bevestigen, inhuren om sjablonen voor hun iWeb ’09 te maken? Omdat het werkt. Echte artiesten verschepen. (Jobs) Bestaat er dan een mogelijkheid lezers van hun vooringenomenheid af te brengen en de boer over te halen iets te eten dat wat hij niet kent? Dat is weer een heel ander verhaal.
'Een verhaal? Waar zou ik dat vandaan moeten halen?' zei Ouwe Wang. Hij nam een lange trek. De punt van de sigaret wierp een rode gloed op zijn lippen.
Het zachte geklater in zijn put mengde zich met het gepruttel van een verre dieselpomp. Pas bewaterde knoflookplanten staken aarzelend hun blaadjes op naar het maanlicht. Boven hen cirkelde een luid krassende kraai.
'Ben jij weleens in Zhang Baai geweest?' vroeg Ouwe Wang.
'Nee.'
'De kikkers daar. .. die kwaken nooit.'
'Hoe komt dat?'
'Dat zal ik je vertellen.'
Het maanlicht stroomde door het tralievenster van de cel wetsovertreders, waartoe Gao Ma kennelijk gerekend werd.
In Zhang Baai woonde eens een weduwe met haar zoon. Haar naam was Zhang, geboren Liu, en haar zoon heette Negen-Vijf. Toen Zhang Negen-Vijfs moeder doorkreeg dat hij ongehoord slim was voor zijn leeftijd, ging ze uit bedelen om hem naar school te kunnen sturen. Maar die kleine Negen-Vijf was ook erg ondeugend, en hij haalde altijd kattekwaad uit. Nu had zijn onderwijzer de gewoonte de klas werk op te geven en dan voor een poosje het lokaal te verlaten… Waarom? Da's een verhaal op zichzelf. Laat ik dat dan eerst maar vertellen.Eén van de leerlingen, een jongen wiens naam Wintergeboren was, had een oogverblindende schoonheid als moeder. De mensen noemden haar Theepotdeksel. Op een dag kwam de onderwijzer bij Wintergeboren staan en vroeg hij: 'Denkt jouw moeder weleens aan mij, Wintergeboren?' De jongen wist het niet, dus vroeg hij het toen hij thuiskwam. 'Moeder, de meester wil weten of u weleens aan hem denkt.' Zijn moeder glimlachte, maar gaf geen antwoord. Vanaf die dag bleef de onderwijzer zijn vraag herhalen. 'Denkt jou moeder weleens aan mij?' En elke keer gaf die brave Wintergeboren thuis de vraag door. Op een dag zei z'n moeder opeens: 'Zeg hem morgen maar dat ik vaak aan hem denk, en dat ik graag zou willen dat hij ‘s middags langskwam.' Toen de jongen de volgende dag die uitnodiging overbracht, gaf zijn onderwijzer de klas meteen een enorme portie werk op en verliet hals over kop het lokaal. Waar hij heenging? Naar het huis van Wintergeboren, wiens moeder hem met bepoederd gezicht en geoliede haren op de kang zat op te wachten. De onderwijzer wist niet wat hij zag en besprong haar zoals de kat een muis bespringt, kuste haar op de mond en legde zijn handen op haar borsten. Ze liet hem begaan tot hij aan haar ceintuur begon te frunniken. Dit ging haar te ver, maar hij was doof voor haar protesten en even later was die ceintuur toch los. Toen werd er echter op de deur gebonsd. Oh, hemel!' riep ze uit, 'daar zul je Wintergeborens vader hebben!’ De onderwijzer schrok zich een ongeluk. Wat nu? Het gebons werd harder. 'Vlug,' zei ze, 'in de achterkamer staat een maalsteen. Ga die snel bedienen, dan zal ik zeggen dat er een ezel loopt te malen!’ Bang als hij was, maakte hij dat hij in de achterkamer kwam. De maalsteen stond in het midden van de kamer. Er lag een flinke hoop tarwe op, klaar om gemalen te worden. Hij bedacht zich geen moment, greep de maalboom en begon rond te lopen. Het was een behoorlijk zware steen, maar door een volwassen man gelukkig nog net rond te krijgen. Hij hoorde Wintergeborens moeder van de kang klimmen en de deur openmaken. En dan de barse stem van haar echtgenoot: 'Wat duurde dat lang! Was je soms overspel aan het plegen?' ‘Hoe durf je.' zei ze verontwaardigd. 'Ik heb een ezel geleend om tarwe te malen, je weet heel goed dat we helemaal geen bloem meer in huis hebben.' De echtgenoot vroeg: 'Is hij een beetje gehoorzaam, die ezel?' 'Praat me er niet van!' riep de vrouw uit. 'Het was een hele toer om hem aan de maalboom te binden. Daarom duurde het ook zo lang eer ik opendeed. En wat ik krijg ik als dank voor al mijn moeite? Dat ik van overspel beticht word!' 'Wacht maar eens even,' zei haar man, 'dan zal ik dat luie beest een paar flinke schoppen verkopen.’ De onderwijzer scheet en piste bijna in zijn broek van angst en begon zo hard mogelijk om de steen te lopen. 'Hoor je dat?' zei de moeder van Wintergeboren. 'Die ezel heeft je stem opgevangen en harder gaan lopen!' 'Warm een pot wijn op,’ gebood haar man. En even later hoorde de onderwijzer hoe de twee op de kang kropen en met elkaar giechelden en wijn slurpten. Hij wist niet wat voor een gevoelens het waren, die zijn hart doorstroomden. Zoet? Zuur? Bitter? Kruidig? Hij kwam er niet uit, en omdat hij zoveel aandacht voor zichzelf had, ging hij steeds langzamer lopen. 'Wat een lui rotbeest heb je geleend,' zei Wintergeborens vader opeens. 'Nu ga ik hem toch echt een paar fikse trappen geven!' Dat kreeg de onderwijzer weer op toeren en hij vlóóg zowat om die maalsteen heen. 'Verbluffend,' zei de vrouw. 'Hij hoeftje stem maar te horen of hij zet er de pas in.' Badend in zijn zweet duwde de onderwijzer de maalboom voor zich uit. Hij had nog nooit zo hard gezwoegd. 'Zeg, Theepotdeksel, nu onze zoon niet thuis is kunnen we best even wat plezier maken.' 'Wat een snaakse kerel ben je toch! Maar als die ezel ons nu hoort?' 'Ik ga zijn oren wel even dichtstoppen.' En de onderwijzer was niet zo afgepeigerd of hij deed er weer een schepje bovenop. 'Ach, laat ook maar,' hoorde hij Wintergeborens moeder zeggen. 'Al wat dat die ezel wil is de maalsteen ronddraaien. Dat is zijn lust en zijn leven, en het maakt hem niet uit wat wij hier doen.' Dus moest de onderwijzer luisteren naar haar gekir en zijn gegrom. Hij voelde zich als een stomme met zijn mond vol bittere kruiden - één en al ellende en niet in staat iets te zeggen. Toen Wintergeborens ouders waren uitgedarteld hoorde hij de vader zeggen dat hij weer naar zijn akker moest. Hij ging, en zij deed de deur achter hem op slot. Toen ze de achterkamer binnenkwam zakte de onderwijzer net van uitputting door zijn benen. 'Maak dat je wegkomt!' zei ze, ‘Je weet nooit hoe snel mijn man weer terug is.' Een paar weken later kwam Wintergeboren naar de onderwijzer toe. 'Meester, mijn moeder laat weten dat ze de laatste tijd weer heel vaak aan u denkt.' De onderwijzer greep de hand van de jongen en gaf er een zwiepende slag op met zijn aanwijsstok. 'Kleine etter!' vloekte hij. 'Zitten jullie soms weer zonder bloem?'
(Uit: Mo Yan, De knoflookliederen, 1997, Ooievaar, Amsterdam. Vertaald uit het Engels door Peter Abelsen.)






