
De tijd dat je slechts bij een ander besturingssysteem dacht: ‘dat doet me ergens anders aan denken’ is voorbij: alle besturingssystemen lijken op elkaar en lenen van elkaar. Het gevolg is dat je eerder denkt dat is hier anders. Daar kom ik later nog op terug. Het leentjebuur spelen is vermoedelijk nooit anders geweest. In ‘de gouden ezel’ vinden we verhalen die veel later in de ‘Decamerone’ opduiken en in de ‘duizend-en-een nacht’ staat een verhaal dat we in de ‘Brandaan’ terug vinden. Zelfs God zelf nam het met het copyright niet zo nauw: ‘Gilgamesh’ werd zonder bronvermelding overgenomen in ‘De Schrift’; beter bekend als ‘Het Boek der Boeken’. Was dat weder-rechterlijk? Het spant erom of de oorspronkelijke rechten toen al niet verlopen waren. Bronnen, zo leert ons, de expert qua bronnen, niet noodzakelijk van (bron)-water, Willem Pils de Dikke, gaan er van uit dat dat in die tijd de rechten slechts een geldigheid hadden ‘van ene meter lang’. Het duurde nog eeuwen voordat de meter eenduidig, voor zover dat ooit gebeurt is, vast gelegd is. Zoiets als te Parijs bij twintig graden Celsius. Duidelijk lijkt het in ieder geval dat zowel schrijver als uitgever tot de rekkelijken behoorden: roofdrukken als de dode zee rollen werden gedoogd.
Weinigen zullen het betwijfelen dat de vindert erg flexibel is. We gaan er voetstoots van uit dat het uche, uche, langs de oude dijk gaat; terwijl er menig voetstapje in de sneeuw gezet wordt. Het voelt direct van het begin aan als een warm bad vol met oude jongens krentenbrood en het aanvatten is gevoelsmatig gesneden koek in een bedje met hand gebreide beddensprei. Gezonde twijfel moet er echter bestaan of het niet compleet van Lotje getikt is, om zonder plan van aanpak, een duidelijk recept voorzien van een stappen plan, volgens de regels van Edsger Dijkstra, met één ingang en één uitgang, een transparant kostenplaatje en duidelijke, ondubbelzinnig geformuleerde, doelen voor ogen en eenduidige afspraken omtrent de evaluatie, want daar zijn wij calvinisten dol op, met de beschrijving van de wondere wereld van de vindert aan te vangen. Is de redactie van Leren Appelen werkelijk zo van de pot gerukt en van de ratten besnuffeld om de de wijze lessen van de HBO Management en Organisatie begin jaren negentig geleerd nu achteloos in de wind te slaan en de zaken zonder gewetensnood te verwakken. Daar komt het in essentie wel op neer.
Bahamontes’ hemelvaart
Kwam de klimmer
Bahamontes
tot de haarspeld
aangeklommen
rolt de klimmer
Bahamontes
van zijn zadel
rolt hij af op
het ravijn stelt
hij ineens
de vraag is dit
hier eigenlijk
parcours kan dit
niet even goed
de Straatweg zijn
met wat voor waar-
borg ben ik ooit
op weg gegaan
het duurt nog maar
een tel dan ben ik
zaliger
zal ik dan van
mijn levensdag
nooit weten of
zij boven voor
mij klaar staat de
Huez met haar
massages en
haar flesjes en haar
veel te strakke
tricots och och
fluitend ben ik
zonder waarborg
weggegaan ach
waarom ben ik
na een uurtje
niet gekeerd terug
naar het koele
klaterende
dal het mossig
pleintje met de
parasollen
sorbets icetea
want daar was daar
moet daar is
geweest een iemand
die mij vasthield
bij mijn zadel
mij het zetje
gaf dat moet
er was een laatste
duw hij gaf de
laatste die de
eerste was ik
keek niet om maar
zag wel in de
ooghoekbocht dat
in de wirwar
van de start een
rug de massa
in verdween ik
was op weg ik
vraag waarom was
ik op weg wat
wist ik van de
aankomst als ik
aan kwam en wat
kan ik weten
van de aankomst
zonder aankomst
zonder iemand
zonder ja de
iemand die mij
toen het zetje
gaf het laatste
dat het eerste
was hoe zal ik
weten wie hij
was hij kent mijn
wil hij weet waar-
om ik klom waar-
om ik wilde dat
ik klom want o
alleen als ik
gewild heb dat
ik klom als ik
gewild heb dat
hij mij daar toen
het zetje gaf
het laatste dat
het eerste was
pas als ik mij
dat zetje geef
alsnog die zet
misschien ben ik
dan wie ik ben
degeen dus die
uit klimmen ging
ik Bahamontes
zonder waarborg
klimmen ging ik
klom ik zonder
en er was geen
iemand anders
dan de iemand
die mij zegde
Bahamontes
zegde hij zeer
onverstaanbaar
Bahamontes
klim.
(Willem Jan Otten, Bahamontes’ hemelvaart; uit de bundel Welkom – oktober 2008)