
Ooit in lang vervlogen tijden als je iets wereldkundig wilde maken, ging je naar een jaarmarkt, ommegang of dergelijke bijeenkomsten waar Herman Pleij ons zo smakelijk over verteld heeft in zijn hoorcollege ‘Middeleeuwen’. Daar liet je dan voor het oor de samengestroomde menigte gevleugelde woorden aan de haag van je tanden ontsnappen. Maarten Luther, nog negen nachtjes slapen en hij zou weer jarig zijn geweest, zette een trend door, gisteren precies 491 jaar geleden, zijn 95 stellingen op de kerkdeur van Wittenberg te spijkeren. (vreemd, zou je zeggen: een professor die met een hamer overweg kan; maar behalve een antisemiet van het zuiverste water, was Luther tijdens zijn studententijd in Erfurt ook een begenadigd inktpot werper.) Men kan niet zonder gevoel van medelijden aan die tijd terugdenken.
De uitvinding van drukpers, radio en televisie maakten het mogelijk om een onmetelijk publiek te bereiken. Daar hing dan wel een prijskaartje aan waar Jos de Loodgieter, hij mag dan wel geen loodgieter zijn en evenmin echt Jos heten, de tegenwoordige maat der dingen is hij wel, echt “haleweel (G. de D.)” niets mee kan.
Enter: Mac, iLife & MobileMe. We kunnen nu echt allemaal ons ding doen voor een miljoenen publiek. Wat vrolijk stemt is dat, nu eens een keertje niet, de vraag is of de rest van de mensheid zit te wachten op ons ding, van belang is. Hoeveel van onze zielenroerselen, eventueel vergezeld door smerige details, die we vroeger als vanzelfsprekend voor ons hadden gehouden, maar omdat we ons nu eenmaal volgens de heersende mode kwetsbaar moeten opstellen, hangen we nu onze vuile was volop buiten, als MacBep, of MacMiep en hoeveel we er ook van op het web zetten; we zullen er nooit iemand mee in de weg zitten; zolang zij niet zelf onze pagina aanklikken.
De gouden regel voor publicaties in het verleden kunnen we probleemloos overslaan. Het doet er eenvoudigweg niet toe wat we proberen te zeggen of wie we denken dat ons publiek zou moeten zijn. Het gaat om de kijkcijfers volgens Google. Dus is de eerste stap een site in de lucht brengen en zorgen dat Google die ziet. Nu is het recept van de zoekmachine even geheim als dat van Haarlemmer Olie, dus begeven we ons hier op glad ijs. De meeste boeken over Google gaan over het succes van het bedrijf Google en gaan dus meer over ‘s werelds grootste reclamebureau dan over de zoekmachine. De uitzondering is ‘The Search. How Google and Its Rivals Rewrote the Rules of Business and Transformed Our Culture' van John Battelle. Ook in dat boek zal je overigens niet vinden hoe de Google zoekmachine werkt. Wel dat de algoritmes (wat een algoritme is heb ik uitgelegd onder Naslag: A. De Machine, maar een veel betere uitleg vind je in Robbert Dijkgraaf, Louise Fresco, Tjerk Gualthérie van Weezel en Martijn van Calmthout, ‘De bètacanon’ van de Volkskrant) op basis waarvan die zoekmachine werkt, aan voortdurende verandering onderhevig zijn. Dit gebeurt op een soortgelijke manier als, de in de Mac (en Unix- en Linux-wereld) onbekende, maar in de Ramen-wereld onontbeerlijke, anti-virus programma’s werken: zodra er een nieuw virus opduikt worden de programma’s aangepast, waarna de virusontwerpers weer op zoek gaan naar een nieuw virus, waarop… en dit tot in het oneindige. Hoewel er miljoenen web-locaties zijn begonnen met gouden bergen in gedachten, zijn er wereldwijd maar enige honderden en in Nederland slechts een stuk of tien daarvan, in staat winst te maken. De rest zoekt naar wegen om Google-Ads te misleiden. Men gaat dan vaak uit van waandenkbeelden, zoals: ‘iedere klik op onze site levert geld op’. Dat nu moet gibelegijn zijn.
Als, wat verstandig is, we de hele Google-lariekoek laten voor wat het is, gaat het eindelijk weer over waar het uiteindelijk om gaat: zorgen dat de mensen je site willen bezoeken. Dat pikken Yahoo-achtige zoekmachines, die gebruikmaken van mensen die een site beoordelen op inhoud, op. Als je op de favorieten lijst van Yahoo komt, wil dat weer zeggen dat Google je site hoog gaat waarderen. Dat maakt het weer heel belangrijk dat we iets proberen te zeggen wat niet al gezegd wordt en dat we onze site aantrekkelijk maken voor onze doelgroep.