
Ooit gold het onder oefenmeesters als de hoogste wijsheid: wijzig nooit een winnend team. Als een elftal niet in de gebruikelijke opstelling binnen de lijnen kwam, werd de coach daarover door de aanwezige sportverslaggevers, meestal van het tribunezitter soort, de quotezak maakte pas later furore, aan de tand gevoeld. Het is ooit eens voorgekomen dat een doorbijtertje onder hen, gehuld in ranzige regenjas, met een visite kaartje onder de band van zijn hoed en onophoudelijk aan zijn potlood likkend, na het, ook toen al, nietszeggende antwoord, voortging met de andere tanden, kiesen en beide polsen te voelen. Pas toen deze man er op stond ook de pols van de derde arm van de verbijsterde, naar uitgekauwde platitudes zoekende, trainer te voelen, ontstond argwaan. Na onderzoek naar ‘s mans antecedenten, werd een trainingshesje gebruikt als dwangbuis en werd hij onverwijld naar de Valeriuskliniek (of Paviljoen 3; er bestond onduidelijkheid over zijn geloof) afgevoerd. Zo was de basis opstelling in hun glorie jaren onveranderlijk, behoudens veroorzaakt door kwetsuren: Lange-Jan-met-de-pet, Leen van Meerderveurt, Theo Laserels, Sjakie Strijkijzer, Pqrstuvw, Tinus Plotseling, Pietje Pellè (de Italiaanse spits, die nog steeds op zijn eerste competitie treffer wacht), Tik Tak Theo, Casanova, Albert Heijn, Henri Buitenzorg.
Dat de elf van Oranje die de legendarische triomf op de rood gebroekte eilandbewoners in Huddersfield (3-4) wist te bevechten, seizoenen lang in ongewijzigde formatie de veters van de kicksen strikte, is ook iets dat slechts kenners weten (Rolwinkel, Spikkelmans, Nachtegaal, Veth, Roodbol, Peters, Zuurdeeg, Kruyff, Zwaan, Stieltjes, Bakbuik, Slobberhagen, Swammerdam, Knekelbast, Siemkes, Piemkes, Wittebol, Pollema, Bartstra, Rolhagen). De dagen dat men nog ‘onbenul’ verstond als iemand ‘onbenul’ zei, wat sedert Enschede, 7 december 1969, wel anders is; en dat we aangenaam gespannen de graslucht opsnoven terwijl we de arena betraden en “In de naam van de vader van de zoon van de heilige geest Abe” prevelden alvorens Gerrit Bals een plaagstoot in de maagstreek te geven, zijn echter definitief voorbij. Waar de minder beroemd geworden naamgenoot van de Engelse sterspeler uit het heroïsche duel te Huddersfield: Swift schrijft: “Behalve onder echte ziekten gaan we evenwel gebukt onder tal van kwalen die uitsluitend ingebeeld zijn en waarvoor de artsen denkbeeldige behandelingsmethoden hebben bedacht; deze kwalen hebben verschillende namen en hun bijpassende medicijnen en hiermee zijn onze vrouwelijke Yahoos onveranderlijk besmet”; zou ik graag de vrouwelijke Yahoos, die zich immers gisteren door de overwinning (2-0) op Spanje, geplaatst hebben voor de vrouwenvoetbal EK 2009 in Finland, en waarvoor Vera Pauw (89 hoeden) nu al op de schouders moet, vervangen zien door de mannelijke voetballers.
Voor Apple lijkt het adagium: “de ellende is met een appel begonnen, laten we er ook roemvol mee ten onder gaan.” Er was geen sprake van dat bij de introductie van MobielMij, juli 2008, een ontzaglijk gejuich, waarbij het bazuingeschal van Jericho slechts kinderwerk was, tot ons doordrong. Apple werd het doelwit van scheepsladingen van slechte pers, gebruikers klachten, en zelfs rechtszaken over hoe de introductie van iPhone 3G, Firmware 2.0 Dagvers voor de oorspronkelijke iPhone (en iPod aanraak) de Toepp Winkel ...en MobielMij, die in de tijdspanne van enkele dagen gelanceerd werden, waren gegaan. Zelfs het Opperwezen Jobs moest, hoewel aarzelend, toegeven dat het een fiasco was geweest.
Nu, een maand of drie verder, 31 oktober 2008, lijken de problemen goeddeels verholpen. Strikt voor mijzelf sprekend ben ik uiterst tevreden over het MobielMij gebeuren, mijn Mac (Dankzij Arie Eikelenboom van Mc Partners in Woerden, want voordat ik er 10.5.5 opzette op aanraden van Arie, deed het kreng niets anders meer, sedert de introductie van MobielMij, als naar me blazen. Ik ben dol op (wilde) katten, maar niet als mijn Mac zich als een van hen gedraagt.), mijn MacBook en mijn iPhone. Sterker nog ik zou niet meer zonder MobielMij willen.