
Teer beminde Mac-sters, Paulus, Pikeloris, vogels,
De medicijnen helpen me mijn vingers rond een pen te krommen. “Dat krijgt men met die moderne elektronica”, zou Pieter Broertjes zeggen. Tennis en het instuderen van een Philip Glass basloopje op de eensnarige zachtroze basgitaar, minimale, je zou ook kunnen zeggen: monotone, slepende bewegingen op en neer, hebben mogelijk hetzelfde rampzalige gevolg. En wat te denken van het intikken van al de mogelijke toets-combinaties in VoiceOver, het onderdeel van het Frits van Turenhout’s Brilstand Tab Regelpaneel. Leren Appelen zou Leren Appelen niet zijn als hij dat niet, op zijn minst, overwogen zou hebben. Dat gaat mijn krachten echter te boven, te meer daar de doorgewinterde Macster dan ook, terecht, een uitleg van het hoe en waarom van al die toestsen-combinaties zou verwachten. Zou Leren Appelen daar aan beginnen, dan zou hij vermoedelijk aan het einde van de uitleg variëren op wat Bismarck ooit over de kwestie Sleeswijk Holstein zei: “ Er zijn maar twee mensen die de zaak begrijpen. Een van hen ben ik. De ander zit in het gekkenhuis.” Want laten we wel wezen: de logica van die toetsen-combinaties is een riddle wrapped in a mystery inside an enigma. Trouwens de kans dat de Mac-ster aan het eind van de uitleg zou denken: “ Prachtig verhaal, tranen in m’n ogen, maar ik begrijp er geen ene jota van” is levensgroot. De Mac-help in de Finder bakt er al helemaal niets van. Rest ons niets anders te verwijzen naar de moedertekst: David Pogue, Mac OS X, Leopard edition, the book that should have been in the box, december 2007.
Laten we vooral er vanuit gaan dat als we iets doen we het dan ook goed doen en niet afdalen naar het niveau van televisie. “Televisie is volslagen rotzooi. Zeker is dat een onaangename waarheid, maar de waarheid desalniettemin. Televisie is echt klote! Het is vreselijk. Overal in de wereld zenden honderden kanalen ononderbroken dag en nacht eindeloos bagger uit. Maar niet de televisie zelf is zo slecht, het is slechts een apparaat. De manier waarop wij het apparaat gebruiken, is vreselijk.” Aldus begint Michael Rosenblum zijn voorwoord in het boek ‘Der videojournalist’ van Dushan Wegner. Sapperdeflap. Hoefje, hoefje. Zo erg, toch? Pollens. Ja? Fijns! Goede ‘s morgens! Weg die man, weg die man, kan die man niet weg. Vuilnisman, kan deze zak ook mee?
Daar vergruist een beeld. Monty Python’s Flying Circus, Fawlty Towers, De Fabeltjeskrant, Wim T. TV, Reiner Werner Fassbinder’s Berlin Alexanderplatz, Die Heimat trilogie, Twin Peaks, Lars von Trier’s The Kingdom, Pleunie Touw’s De Stille Kracht, Van Kooten en De Bie, Jiskefet en Koefnoen. Noem me Leren. Ik ben makelaar in de Mac en woon op Lauriergracht nummer 37. Geboren Korsjespoortsteeg 20. Sedert mijn catechisatie in de Noorderkerk weet ik nu, dat ik minder weet dan ik toen meende te weten. Welnu, veel, wat zeker scheen, heeft zich in twijfel opgelost en ik heb een << ik weet niet >> gereed voor menige vraag, die ik toen klaar en duidelijk vond. Behalve de man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan de uitvreter Michael Rosenblum. Wat die Rosenblum bij NYT TV doet is me duister; vermoedelijk, in variatie op Grönloh: de klok op winden. Ooit bezocht een journalist van het gerenommeerde dagblad Trouw me om mij te interviewen over deze kwestie, maar veel bracht ik er niet van terecht. We spraken een andere taal. Om me uit mijn benarde positie te redden, zei ik uiteindelijk: “Meneer, ‘t spijt me dat ik niets kan aanbieden, maar ik heb niets in huis (ik sprak zo deftig mogelijk). Ik geloof dat we mekaar niet begrijpen. Gaat u naar meneer Hoyer in de Van Woustraat, die kan u alles vertellen wat u wilt en die spreekt als een tijdschrift. Van Woustraat 28. [VWI, 124]