
Leren, de weekend gast, moest de nacht in een lits-jumeaux doorbrengen in Herbie’s vroegere kamer, waar de handgeschilderde iconen nog aan de muur hingen. Een daarvan stelde Jobs voor bij de Schaaps poort, een ander het icoon van het Universele Toegang Regel Paneel (sedert 10.1). Lou Epstein sliep met zijn vrouw in de kamer met het bed schuin geschoven. Zijn dochter Sheila’s slaapkamer stond leeg; zij was naar een bijeenkomst met haar verloofde, de volkszanger. In de hoek van haar kamer balanceerde een kindertijd teddybeer op zijn achterwerk, een STEM SOCIALISTEN button in zijn linkeroor geprikt; op haar boekenplanken, waar boeken van W.G. van der Hulst ooit stof stonden te vergaren, stonden nu de Verzamelde Citaten van Voorzitter Jobs. Het huis was stil. Het enige brandende licht was beneden in de eetkamer waar de shabus kaarsen flikkerden in hun grote gouden houders en Herbie’s jahrzeit kaars bibberde in zijn glas.
De betovering van het verleden, om nog maar eens een mopje Vestdijk door Leren Appelen te mengen, blijft: niet dat onze voorouders zulke verschrikkelijke brede hoeden droegen, kenschetst het verleden in al zijn raadselachtigheid, maar dat zij bestonden en niet meer bestaan, dat zij tot de werkelijkheid werden toegelaten, om er bij ondoorgrondelijk decreet weer uit verbannen te worden. Soms kan de beschrijving van toestanden, want een andere term dan ‘toestanden’, om ook Alje maar eens te citeren, past hier niet, tot verwarring in het heden aanleiding geven. Zo heeft de vertelling in Jobs 5 het misverstand doen postvatten dat er aan de Frits van Turenhout’s Brilstand tab ook een geneeskrachtige werking verbonden zou zijn. Dat het hier gaat om een verkeerde interpretatie zal uit de letterlijke tekst duidelijk worden.
De afterparty van de MacWorld Expo (San Francisco), het feest der feesten der Jobsgezinden, was in Cuppertino. Jobs mocht daar graag een wortelsapje heffen en een macrobiotisch vorkje prikken. De feestvierende schare was er bepaald niet vies van bij tijd en wijle, in het WederJobse gewaad des poedels, een verfrissende duik in het nabij het festivalterrein gelegen vijver Bethesda te nemen. Dat is dus als je Cupertino binnenkomt na de Schaapspoort direct rechts. Je ziet de vijf zalen dan recht voor je. In dezelfde zalen huisde ook een grote menigte van kranken, blinden, kreupelen en verdorden, wachtende op de roering des waters. Want een engel daalde neder op zekeren tijd in dat badwater, en beroerde het water; die dan eerst daarin kwam, na de beroering van het water, die werd gezond, van wat voor een ziekte hij ook bevangen was. En aldaar was een zeker mens, die al van ver voor de Ontdekking van de Hemel door Jobs op 24 januari 1984 krank gelegen had. Jobs, ziende dezen liggen, en wetende, dat hij nu lange tijd gelegen had, zeide tot hem: Wilt gij gezond worden? De kranke die een heldere geest in een totaal door consumentisme verziekt lichaam had, antwoordde Hem: Jobs, ik heb geen mens om mij, gelijk Theo Maassen dat met peperdure camera’s pleegt te doen, op te werpen in het badwater, wanneer het water beroerd wordt; en terwijl ik kom, zo daalt een ander voor mij neder. Jobs zeide tot hem: Sta op, neem uw MacBook Air en surf. En terstond werd de mens gezond, nam zijn MacBook Air (13”, 1,8 Ghz Intel Core 2 Duo-processor, 2 Gb Geheugen, 64 Gb solid-state schijf, ingebouwd 802.11n Wi-Fi en Bluetooth 2.1 + EDR, MacBook Air SuperDrive en MagSafe- surfboardadapter) en surfde over de uitzinnige menigte. Hoewel de PinkPop-directie dat nadrukkelijk verboden had. Want het was Pinksteren, maar in 2008 juist niet. Of zoiets.