
Op de dag dat ze hem zouden doden, stond Leren Appelen Sr. om 5 uur 30 's morgens op om de komst van de boot, waarmee de grote roerganger zou arriveren, af te wachten. Hij had gedroomd dat hij door een appelbomen bos liep, waar een zacht regentje viel, en in zijn droom was hij heel even gelukkig, maar toen hij wakker werd had hij het gevoel dat hij totaal onder de vogelpoep spetters zat. 'Hij droomde altijd van bomen,' vertelde Gezina Appelen, zijn moeder, mij zevenentwintig jaar later, terwijl ze zich de details van die onaangename maandag weer in herinnering riep. 'De week daarvoor had hij gedroomd dat hij in z'n eentje op een zilverpapieren tijger zat, die zonder ergens tegenop te botsen tussen de appelbomen vloog,' vertelde zij mij. Ze had een zeer welverdiende reputatie als trefzekere uitlegster van andermans dromen, op voorwaarde dat ze haar op de nuchtere maag werden verteld, maar in die twee dromen van haar zoon had ze geen enkel onheilspellend teken opgemerkt, evenmin als in de andere dromen over appelbomen die hij haar de ochtenden voorafgaande aan zijn dood had verteld.
Voorzover mij bekend is er nog geen wetenschapper die als onderwerp van haar dissertatie het dromen van appelaarsters over appelbomen en -bloesems heeft gekozen. Dat vermag enige steil achterovervallende verbazing wekken, werkelijk klompebrekend wordt het dat zelfs de lammerachtige volgzaamheid van het beminde Mac-volk nooit tot een proefschrift heeft geleid. De partij en/of de grote roerganger besluit dat toonaangevende en grensverleggende scheppingen van Susan Kare het veld moeten ruimen en geen wanklank wordt gehoord. Zonder een requiem, afscheidsdienst of, de in de huidige tijd in zwang zijnde, stille tocht moest de appelgemeente afscheid nemen van geliefde fenomenen als Klarus de hondkoe, het vuilnisvat en de gelukkige Mac. Helemaal met stille trom? Neen, in de reeks ‘herinnert u zich deze nog?’ werden een aantal van onze verdwenen dierbaren, onder luid geweeklaag, in zak en as, herdacht. Het oude gaat en het nieuwe komt. Zoveel is zeker. Veel op tegen is daar niet. Maar. Kunnen we dan op zijn minst op passende wijze afscheid nemen? We schieten nu wel heel erg door in de Sophocles Antigone modus:
Maar wat het lijk van Polyneikes betreft, die ellendig is gestorven, ze zeggen dat er een verordening is verschenen dat geen enkele burger hem mag begraven of bewenen, maar dat men hem juist onbegraven moet laten, niet geëerd door weeklachten, als smadelijke prooi voor de vogels die zich op hem storten om hem te verslinden. Die verordening, zeggen ze, heeft de goede Kreon laten uitgaan voor jou en voor mij, dat wil zeggen dat de zaak niet te licht mag worden opgevat, want wie het waagt iets te doen wat hij verbiedt, zal gestenigd worden door het volk.
Of verander vogels door honden en we zijn weer thuis bij de Ilias.