Die Leidse wereldvreemdheid kwam ook leuk tot uiting bij de kabinetscrisis in 1957, die enige maanden duurde. In de rest van Nederland was bekend dat de duur van een kabinetscrisis er niet toe doet: de afgetreden regering zorgt voor de lopende zaken, en belangrijke beslissingen worden uitgesteld zoals dat ook gebeurt onder een niet afgetreden regering.
Karel van het Reve, Afscheid van Leiden (1) uit Freud, Stalin en Dostojevski
Bij het nader bekijken van het Mac OS X bureaublad zijn er een aantal dingen, die, als je oplet, je opvallen.
1)
Het appelmenu was voorheen het duizenddingendoekje, de Mieke van der Weij van de Mac OS, zeg maar. Buisbabe en goed gereformeerd bovendien. Waarom zo’n tv-kippetje vervangen door iets dat vroeger het uiterst saaie speciaalmenu was? Is onze Mieke bij het korfballen door de mand gevallen?
Ook qua vormgeving zijn we lichtjaren terug in de tijd gegaan met een lullig blauw (sic) appeltje boven het appelmenu in plaats van het regenboog appeltje.
Ooit een blauw appeltje gezien? Typisch iets dat alleen Steven Baantjes kan verzinnen, want dat is: De Schone Slaapster (Doornroosje) gedoe. Dat laten we sedert Pjotr Iljitsj Tsjaikovski, die dat pracht, klassieke hup, ballet speciaal voor Valerie Valentine (DanceStreet studio) schreef, blauw water heeft gedronken aan Disney, en dus in feite weer aan Steven Baantjes, over.
Allerlei gedachten experimenten en bezweringsrituelen die door de betreurde componist zijn ingezet voordat hij zich zette tot het, tot de laatste druppel, ledigen van het kelkje met blauw water; zijn door Margriet de Moor in haar eerste roman, Eerst grijs dan geelgroen dan lijkbleek, uit 1991 geheel terecht met de AKO-literatuurprijs beloond op werkelijk meesterlijke wijze geschilderd in één van de zeer weinige hoogtepunten van de Nederlandse literatuur. Weinige novellisten zal het gegeven zijn om zich in te kunnen leven in de getormenteerde geest van een musicus en dit weer te kunnen geven in een zorgvuldig geconstrueerde vertelling. Dit schaken op twee borden gaat De Moor echter moeiteloos af. Mogelijk is dit te danken aan haar studie horlepiep en janboerefluitjes, met als uiteindelijke specialisatie in het Franse slagwerk aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.
Na aanvankelijk haar spaarzaam met tevredenheid belegde boterham als docent aan het Amsterdamse Muzieklyceum, gevestigd aan het Albert Hahnplantsoen verdiend te hebben, zorgde een betreurenswaardig incident er voor dat zij voortaan als gevierd literator door het leven zou gaan. Op een gegeven, maar dat wist op dat moment nog geen der betrokkenen, dag brandde De Moor tijdens een overhoring een leerling tot de grond toe af. Helaas sloeg het vuur over en kon ondanks de inzet van talloze spuitgasten niet verhinderd worden dat de monumentale villa, waarin het muzieklyceum gevestigd was, tot de grond toe afbrandde.
Verhaal technisch zou het wenselijk geweest zijn als de gestrafte leerling nu een internationaal erkend dirigent, of zoiets, zou zijn geworden. Veel beter zou het zijn als we nu de Cowboy Gerard wending (“en die leerling; dat was ik.”) konden maken. Maar zo werkt het niet. De fantasie haalt de wekelijkheid altijd in. Vooropgesteld dat je een beetje fantasie hebt, natuurlijk.
Margriet de Moor schreef later nog een keur van prachtboeken en houdt zich tegenwoordig onledig met triangelen voor bejaarden.